De invloed van vulkaanuitbarstingen op het wereldklimaat

Portret van Jan van Rijswijk, meteoroloog en weerstationdeskundige
Jan van Rijswijk
Meteoroloog & Weerstationdeskundige
Meteorologische Concepten & Theorie · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: een gigantische explosie die as kilometers de lucht in slingert, de zon verduistert en de temperatuur op aarde laat dalen.

Geen sciencefiction — dit gebeurt echt. Vulkanen hebben in het verleden complete winters veroorzaakt, misoogsten veroorzaakt en zelfs beschavingen beïnvloed. Maar hoe werkt dat precies? Hoe kan één uitbarsting aan de andere kant van de wereld jouw zomer koud maken?

Wat gebeurt er eigenlijk bij een vulkaanuitbarsting?

Een vulkaan is in feite een opening in de aardkorst waar magma — gesmolten gesteente uit het binnenste van de aarde — naar boven komt. Wanneer de druk te hoog wordt, barst de vulkaan uit.

Dat kan gaan van een rustige stroming van lava tot een explosieve kracht die alles omver blaast. Maar voor het klimaat is niet de lava het belangrijkste. Het gaat om wat er in de lucht terechtkomt: asdeeltjes, stof en vooral zwaveldioxide.

Die gassen en deeltjes worden kilometers hoog de atmosfeer in geschoten — soms wel tot 20 of 30 kilometer hoogte.

Daarboven, in de stratosfeer, blijven ze lang hangen. Maanden, soms jaren. En precies daar zit het mechanisme dat het wereldklimaat beïnvloedt. Het is niet de lava die je zomer verpest — het is die onzichtbare wolk hoog boven je hoofd.

Hoe koelt een vulkaan de hele aarde af?

Het principe is eigenlijk best simpel. Wanneer zwaveldioxide in de stratosfeer terechtkomt, reageert het met waterdamp.

Daaruit ontstaan hele kleine deeltjes: zulfaat-aerosolen. Die deeltjes zijn minuscuul — kleiner dan een duizendste van een millimeter — maar ze hebben een enorm effect.

Eén grote uitbarsting kan genoeg zwaveldioxide de lucht in pompen om de gemiddelde wereldtemperatuur met 0,3 tot 0,5 graden te laten dalen. Klinkt weinig? Op wereldschaal is dat enorm.

Deze aerosolen werken als een soort zonnebrand voor de aarde. Ze reflecteren zonlicht terug de ruimte in. Minder zonlicht dat het aardoppervlak bereikt, betekent lagere temperaturen. Zo simpel is het.

Het effect is niet direct merkbaar op de dag na de uitbarsting.

Het duurt een paar maanden voordat de aerosolen zich verspreid hebben over de hele stratosfeer. Maar als ze eenmaal zitten, blijven ze er lang. De afkoeling kan een tot drie jaar aanhouden, afhankelijk van de grootte van de uitbarsting. Omdat de invloed van de stratosfeer op de troposfeer groot is, zorgen de asdeeltjes bovendien voor extra wolkenvorming.

Meer wolken betekenen nog minder zon die het oppervlak bereikt. Het is een soort dubbel effect: eerst de aerosolen, dan de wolken.

Echte voorbeelden die je moet kennen

Theorie is mooi, maar de geschiedenis laat het effect pas echt zien. Een paar uitbarstingen die het klimaat flink hebben geraakt: Deze vulkaan in Indonesië barstte uit met een kracht die je je nauwelijks kunt voorstellen.

De Tambora, 1815

Het was de grootste uitbarsting in de moderne geschiedenis. Het gevolg: 1816 werd het "Jaar zonder zomer".

De Krakatau, 1883

In Europa en Noord-Amerika vroor het in juni. Oogsten mislukten, voedselprijzen schoten omhoog, en duizenden mensen kwamen om van de honger.

De Pinatubo, 1991

Weer Indonesië — dat land ligt precies op de zogenaamde Ring of Fire, waar veel vulkanen actief zijn. De Krakatau-uitbarsting was zo luid dat het geluid 4.800 kilometer verderop nog te horen was. De aswolk zorgde voor spectaculaire zonsondergangen wereldwijd — die rode luchten inspireerden zelfs schilders.

Maar de temperatuur daalde wereldwijd met ongeveer 0,3 graden. Dit is de meest recente grote uitbarsting die meetbaar effect had op het klimaat, vergelijkbaar met hoe de passaatwind het klimaat in de tropen beïnvloedt.

De Pinatubo op de Filipijnen spuwde zo'n 20 miljoen ton zwaveldioxide de stratosfeer in. Het gevolg: de gemiddelde wereldtemperatuur daalde met ongeveer 0,4 graden in de maanden daarna. Dat klinkt als weinig, maar het was genoeg om de opwarming door broeikasgassen tijdelijk te maskeren. Wetenschappers konden dankzij de Pinatubo precies meten hoe het mechanisme werkt. Het was bijna een natuurlijk experiment.

Verschillende soorten uitbarstingen, verschillende effecten

Niet elke vulkaanuitbarsting heeft hetzelfde effect op het klimaat. Het hangt van een paar dingen af:

  • De hoogte van de eruptiekolom — Alleen uitbarstingen die de stratosfeer bereiken (boven de 10-15 kilometer) hebben echt wereldwijde klimaatimpact. Lava die gewoon over de helling stroomt, doet bijna niets voor het klimaat.
  • De hoeveelheid zwaveldioxide — Dit is de belangrijkste factor. Meer SO₂ betekent meer aerosolen en dus meer afkoeling. De hoeveelheid as is minder relevant dan de hoeveelheid gas.
  • De locatie — Vulkanen rond de evenaar verspreiden aerosolen sneller over beide halfronden. Vulkanen op hoge breedtegraden beïnvloeden vooral hun eigen halfrond.
  • De tijd van het jaar — Een uitbarsting in de zomer heeft meer effect op de temperatuur dan eentje in de winter, simpelweg omdat er dan meer zonlicht is om te reflecteren.

Wetenschappers gebruiken de VEI-schaal (Volcanic Explosivity Index) om uitbarstingen te classificeren. Die loopt van 0 tot 8.

Alleen uitbarstingen vanaf VEI 5 of hoger hebben doorgaans merkbaar effect op het wereldklimaat. De Tambora was een VEI 7. De Pinatubo een VEI 6.

Wat betekent dit voor het grotere klimaatplaatje?

Hier wordt het interessant. Vulkanische afkoeling is eigenlijk een soort tijdelijke pauzeknop voor de opwarming van de aarde, die normaal gesproken wordt bepaald door de stand van de aardas.

Na de Pinatubo in 1991 leek de opwarming even te stagneren. Maar zodra de aerosolen uit de atmosfeer verdwenen — na een jaar of twee — zette de opwarming gewoon door.

Dat is belangrijk om te begrijpen: vulkanen koelen de aarde tijdelijk af, maar ze veranderen niets aan de onderliggende trend. Ze zijn als een parasol die je even openslaat — zodra je hem inklapt, voel je de zon weer volop. Voor wetenschappers zijn vulkanen trouens enorm waardevol.

Door te bestuderen hoe de aarde reageert op een grote uitbarsting, kunnen ze betere modellen bouwen voor klimaatverandering. De Pinatubo gaf ons een schat aan data die nog steeds wordt gebruikt. En er is iets om in de gaten te houden: er zijn supervulkanen op aarde die nog nooit in de moderne tijd zijn uitgebarsten. De Yellowstone-caldera in de Verenigde Staten is daar een voorbeeld van.

Een uitbarsting daar zou niet alleen voor afkoeling zorgen — het zou een heel ander verhaal worden, met aswolken die continenten bedekken.

Maar de kans op zo'n uitbarsting in de komende eeuwen is extreem klein. Voor nu geldt: vulkanen zijn een krachtig natuurlijk proces dat het klimaat beïnvloedt, maar ze zijn niet de hoofdrolspeler in het verhaal van klimaatverandering. Ze voegen een extra laag complexiteit toe — en herinneren ons eraan dat de aarde een dynamisch, soms onvoorspelbaar systeem is waar wij maar een klein onderdeel van zijn.

Portret van Jan van Rijswijk, meteoroloog en weerstationdeskundige
Over Jan van Rijswijk

Jan is al meer dan tien jaar actief in de professionele meteorologie en specialiseert zich in de kalibratie en data-integriteit van weerstations. Zijn passie voor nauwkeurige weersvoorspellingen deelt hij graag via praktische artikelen over meetapparatuur en analyse.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Meteorologische Concepten & Theorie
Ga naar overzicht →