Het verschil tussen een thermopile en een fotodiode pyranometer

Portret van Jan van Rijswijk, meteoroloog en weerstationdeskundige
Jan van Rijswijk
Meteoroloog & Weerstationdeskundige
Sensoren & Meteorologische Meettechniek · 2026-02-15 · 4 min leestijd

Je staat in een webshop voor meetapparatuur, je wilt zonnestraling meten, en je ziet twee soorten pyranometers: thermopile en fotodiode.

Ze lijken op hetzelfde, maar de prijsverschillen zijn enorm. Waarom zou je de ene kiezen boven de andere? Het antwoord zit in hoe ze het licht 'zien' en wat je ermee wilt bereiken. Dit is geen theoretisch verhaal, maar een praktische gids om de juiste keuze te maken.

Wat meet je eigenlijk? De basis van een pyranometer

Een pyranometer meet de totale zonnestraling die op een horizontaal vlak valt. Dat is de energie van de zon, uitgedrukt in watt per vierkante meter (W/m²).

Dit is cruciaal voor zonnepaneleninstallateurs, meteorologen, en onderzoekers in de landbouw of gebouwautomatisering. Stel je voor dat je de opbrengst van je zonnepanelen wilt voorspellen. Dan moet je weten hoeveel zonne-energie er daadwerkelijk op je dak valt.

Een pyranometer geeft je die data. Maar niet elke sensor meet die straling op dezelfde manier, en dat bepaalt nauwkeurigheid, prijs en toepassing.

De thermopile pyranometer: de robuuste werkpaarden

Dit is de klassieker, de industriestandaard. Een thermopile pyranometer werkt met warmte.

Aan de binnenkant zit een zwarte absorber die zonlicht omzet in warmte. Onder die absorber zitten tientallen kleine thermokoppels (thermopile). Die thermokoppels meten het minieme temperatuurverschil tussen de zwarte absorber en de witte, reflecterende behuizing.

Hoe groter het verschil, hoe meer zonnestraling er binnenkomt. Het grote voordeel?

Deze methode is bijna ongevoelig voor de soort licht. Of het nu direct zonlicht is, diffuus licht op een bewolkte dag, of gereflecteerd licht van de grond – een thermopile meet het allemaal even goed. Ze zijn extreem stabiel en gaan jarenlang mee zonder te kalibreren. Dat maakt ze de keuze voor officiële meteorologische stations (zoals het KNMI) en voor het financieel afrekenen van grote zonneparken.

Het nadeel? Ze zijn trager. Een thermopile heeft enkele seconden nodig om op te warmen en een stabiele meting te geven. En ze zijn duurder, vanwege het precieze fabricageproces.

De fotodiode pyranometer: de snelle en betaalbare specialist

Een fotodiode pyranometer werkt totaal anders. In plaats van warmte, meet hij elektrische stroom.

Een fotovoltaïsche cel (een soort mini-zonnecel) zet fotonen direct om in een elektrisch signaal. Hoe je de globale zonnestraling meet, zie je terug in de stroomsterkte: hoe meer licht, hoe sterker het signaal. Dit maakt ze bliksemsnel.

Ze reageren in milliseconden, ideaal om bijvoorbeeld schaduwwerking van een wolk op een zonnepaneelveld te meten.

Ze zijn ook kleiner, lichter en een stuk goedkoper. Een prima instapmodel kost je €150 tot €400, terwijl een goede thermopile al snel €800 tot €2500 kost. Maar hier zit de adder onder het gras.

Een fotodiode is heel gevoelig voor het spectrum van het licht. Hij meet alleen het zichtbare en nabij-infrarode deel van het zonlicht.

De ultraviolette straling, die ook energie bevat, laat hij grotendeels buiten beschouwing.

Op een heldere zomerdag kan hij daardoor tot 10-15% ondermeten ten opzichte van een thermopile. Zijn nauwkeurigheid bij het meten van de felle zon is ook gevoeliger voor de invalshoek van de zon.

De keuze in de praktijk: merken, modellen en prijzen

Voor serieuze, langdurige metingen waar financiën of onderzoek van afhangen, kies je een thermopile.

  • Kipp & Zonen: De SMP-serie (zoals de SMP10) is een robuuste allrounder. Prijzen beginnen rond de €1200.
  • Hukseflux: De SR30 is een populaire keuze voor zonneparkbeheer. Reken op €1500 - €2000.
  • Apogee: De SP-510 is een solide optie in het middensegment, vanaf ongeveer €900.

Bekende, betrouwbare merken zijn: Voor snelle, kosteneffectieve monitoring of educatieve doeleinden is een fotodiode perfect. Denk aan:

  • Apogee: De SQ-520 is een zeer populaire, hoogwaardige fotodiodesensor met USB-aansluiting. Prijs: rond de €500.
  • LI-COR: De LI-200R is een klassieker in de wetenschappelijke wereld. Kosten: circa €700.
  • Diverse Chinese merken: Voor hobbyisten zijn er modellen vanaf €100, maar de nauwkeurigheid en stabiliteit zijn hierbij een gok.

Dus, welke moet jij hebben? Een praktische beslisboom

Je keuze hangt volledig af van je doel. Stel jezelf deze vragen.

Is nauwkeurigheid je absolute topprioriteit? Moet je data leveren voor officiële rapporten, subsidies of afrekenen met een energiebedrijf? Dan is een thermopile de enige keuze. De investering verdient zich terug in betrouwbare data.

Wil je vooral trends zien en vergelijken? Ben je een installateur die de prestatie van verschillende dakvlakken wil vergelijken, of een boer die de zonintensiteit voor zijn gewassen wil monitoren?

Dan is een fotodiode vaak meer dan voldoende. Je ziet perfect de relatieve verschillen en dagelijkse patronen. Heb je een krap budget of wil je meerdere punten meten? Met het budget voor één thermopile kun je vaak drie tot vier fotodiodes kopen. Zo kun je een heel netwerk opzetten om schaduwpatronen in kaart te brengen.

Begin met het einddoel voor ogen. De duurste sensor is niet altijd de beste voor jouw situatie. Kies de technologie die past bij de vragen die jij met de zon wilt beantwoorden.

Portret van Jan van Rijswijk, meteoroloog en weerstationdeskundige
Over Jan van Rijswijk

Jan is al meer dan tien jaar actief in de professionele meteorologie en specialiseert zich in de kalibratie en data-integriteit van weerstations. Zijn passie voor nauwkeurige weersvoorspellingen deelt hij graag via praktische artikelen over meetapparatuur en analyse.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Sensoren & Meteorologische Meettechniek
Ga naar overzicht →