Hoe meet je de regenval tijdens een langdurige periode van motregen?

Portret van Jan van Rijswijk, meteoroloog en weerstationdeskundige
Jan van Rijswijk
Meteoroloog & Weerstationdeskundige
Seizoenen & Extreme Weersomstandigheden · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Ken je dat? Die grijze, druilerige dagen waarbij het niet echt regent, maar alles wel zeiknat wordt.

Motregen noemen we dat. En precies dát is een nachtmerrie om te meten.

Je ziet bijna niks in je regenmeter, en toch word je kletsnat als je even naar buiten loopt. Geen zorgen, ik leg je precies uit hoe je dit sluipende weerfenomeen wél goed meet, met de juiste spullen en een simpele methode.

Wat je nodig hebt: de basisuitrusting

Voor je begint, moet je zorgen dat je de juiste tools hebt. Motregen is geen plensbui, dus een simpele emmer voldoet niet.

Je hebt precisie nodig. Allereerst een goede regenmeter.

Kies er een met een smalle, diepe trechter en een fijne maatverdeling. De TFA Dostmann Regenmeter (rond de €15-€25) is een solide keuze voor beginners. Wil je digitaal gaan?

De Netatmo Regenmeter (€80-€100) stuurt metingen direct naar je telefoon. Daarnaast heb je een notitieboekje of een simpele app op je telefoon nodig, en een wekker of timer.

Veelgemaakte fout: Je oude, verweerde regenmeter van zolder halen. Als de maatverdeling vervaagd is of de trechter beschadigd, meet je sowieso fout.

Stap 1: Plaats je regenmeter op de juiste plek

Dit is de belangrijkste stap. Een verkeerde plek geeft een vertekend beeld. Zoek een open, vlakke plek in je tuin, minstens 2 meter van muren, bomen of hekken af.

Zet de meter op een paaltje of standaard, zodat de rand precies 30 centimeter boven de grond staat.

Waarom 30 cm? Te laag en opspattend water van de grond komt in de meter.

Te hoog en de wind kan de motregen wegblazen voordat het in de trechter valt. Zorg dat de meter waterpas staat. Een scheve meter is waardeloos. Tijd: 10 minuten om de perfecte plek te vinden en te installeren.

Stap 2: Meet gedurende een lange periode – niet alleen één dag

Motregen is een sluipmoordenaar. Het kan urenlang met minieme hoeveelheden vallen.

Eén meting per dag is dus niet genoeg. Je moet een patroon vastleggen. Bepaal je meetinterval. Voor een serieuze analyse raad ik aan om elke 3 uur te noteren wat er in de meter staat. Zet je wekker.

Noteer het tijdstip en de gemeten hoeveelheid in millimeters (mm). Doe dit minstens 72 uur achter elkaar als je een serie dagen met motregen hebt.

Voorbeeld van een notitie: "Dag 1, 09:00 - 0.2 mm. Dag 1, 12:00 - 0.5 mm (totaal 0.7 mm)." Zo zie je de opbouw.

Veelgemaakte fout: Vergeten te legen na elke meting. Je meet dan de cumulatieve hoeveelheid, niet de nieuwe neerslag per periode. Noteer, leeg de meter voorzichtig, en zet hem terug.

Stap 3: De meting aflezen en noteren

Hier komt de precisie kijken. Bij motregen heb je het over tienden van millimeters.

Kniel naast de meter en lees af op ooghoogte. Kijk naar de onderkant van de wateroppervlakte (de meniscus). Gebruik de fijnste schaalverdeling op je meter. Bij een analoge TFA-meter is dat vaak een verdeling per 0,5 mm.

Schat in of het 0,2, 0,3 of 0,4 mm is. Schrijf het direct op.

Gokken is geen optie. Als je een digitale meter hebt, zoals de Netatmo, check dan de app.

Deze geeft vaak een grafiekje van de neerslag per uur. Superhandig, maar verifieer af en toe handmatig of de sensor niet verstopt is.

Stap 4: Analyseer je data en stel een gemiddelde vast

Na 72 uur heb je een lijst met metingen. Tijd om er wijsheid uit te halen.

Tel alle gemeten hoeveelheden bij elkaar op. Dit is je totaal over de meetperiode. Deel dit totaal door het aantal metingen. Dit geeft je de gemiddelde neerslag per meetinterval.

Voor een nog accurater beeld: deel het totaal door het totale aantal uren. Zo ontdek je hoe je de neerslagintensiteit tijdens een wolkbreuk meet, uitgedrukt in mm/uur.

Voor motregen ligt dit meestal onder de 0,5 mm/uur. Teken desnoods een simpel grafiekje.

Zet de tijd op de x-as en de gemeten mm op de y-as. Je zult zien dat motregen een heel ander grafiekje geeft dan de intensiteit van een zomerse onweersbui: een lange, lage lijn in plaats van een scherpe piek.

Stap 5: Onderhoud en valkuilen vermijden

Een regenmeter is geen install-and-forget-apparaat. Tijdens een lange motregenperiode kunnen er bladeren of insecten in de trechter vallen. Check dit elke dag even, zeker als je ook de verdamping tijdens een warme zomerweek wilt bijhouden.

Maak de trechter voorzichtig schoon met een zachte borstel. Een andere sluipende fout: verdamping.

Als het langzaam regent en de zon breekt af en toe door, kan het water in je kleine maatbeker al verdampen voordat je het afleest. Daarom is elke 3 uur meten ideaal.

En tot slot: kalibreer je meter aan het begin van het seizoen. Giet voorzichtig een bekende hoeveelheid water (bijvoorbeeld 10 mm, meet het af met een maatbeker) in de trechter en kijk of de meter dit correct aangeeft.

Verificatie-checklist: heb je het goed gedaan?

Vink deze lijst af voordat je je resultaten serieus neemt: Gefeliciteerd.

  • ☑ De regenmeter staat op een open plek, 30 cm boven de grond, en is waterpas.
  • ☑ Je hebt minstens 24 uur lang elke 3 uur gemeten en genoteerd.
  • ☑ Je hebt de meter geleegd na elke meting en de waarde genoteerd.
  • ☑ Je hebt de maatverdeling correct afgelezen op ooghoogte (meniscus).
  • ☑ Je hebt de meter gecontroleerd op bladeren of vuil.
  • ☑ Je hebt je resultaten omgerekend naar een gemiddelde mm/uur.

Je hebt nu een betrouwbaar beeld van die ongrijpbare motregen. De volgende keer dat iemand zegt "het regent niet echt", kun jij met cijfers komen. Dat is pas weerpraat.

Portret van Jan van Rijswijk, meteoroloog en weerstationdeskundige
Over Jan van Rijswijk

Jan is al meer dan tien jaar actief in de professionele meteorologie en specialiseert zich in de kalibratie en data-integriteit van weerstations. Zijn passie voor nauwkeurige weersvoorspellingen deelt hij graag via praktische artikelen over meetapparatuur en analyse.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Seizoenen & Extreme Weersomstandigheden
Ga naar overzicht →